De Vloeibare Tijd Over zin en zinnen

2. Antwoord

2

De Vloeibare Tijd is een feuilleton verhaal, dat gaat over het verglijden van de tijd van de jaren vijftig tot nu en wat drie vrienden, met heel verschillende persoonlijkheden, in die periode overkomt. De afleveringen zullen uiteindelijk in boekvorm verschijnen. Dit is de eerste aflevering. De eerder door mij uitgegeven boeken vind je hier: https://bit.ly/AlleUitgaven

Ik voelde een haast onweerstaanbare behoefte een luchtje te scheppen, maar was gekluisterd aan een rolstoel in Toons penthouse aan de Oudezijds Achterburgwal. Daar herstelde ik van de val, die ik van de buitentrap bij mijn huis had gemaakt. Casper had mij het penthouse aangeboden. ‘Daar ben je van alle gemakken voorzien en als je je eenzaam voelt, zijn er altijd nog troostmeisjes in de buurt. Je hoeft het maar te zeggen en ik regel er eentje voor je.’ Hij had er bovendien voor gezorgd dat de avondmaaltijd bij mij werd bezorgd, dat een medewerkster van de Thuiszorg mij uit bed kwam halen en ’s avonds toestoppen, en hij kwam iedere middag precies om half een bij mij langs om zijn lunch box, die hij onderweg bij een of ander zaakje had opgehaald, met mij te delen.

In het penthouse kon alles– van lichtschakeringen tot verwarming, elektrische dekens, de gordijnen en de deur toe – met  een opdracht aan de slimme luidspreker bediend worden. Maar ik kon er niet meer dan zestien meter heen en weer rijden in mijn invalidenwagentje, van het raam aan de voorkant tot het raam aan de achterkant en weer terug, met aan de ene zijde uitzicht op de gracht met zijn roodverlichte ramen en aan de andere zijde de tuin.

Niet dat ik niet de lift naar beneden zou kunnen nemen, maar met mijn gemotoriseerde rolstoel reed ik me op straat zeker klem in de meute toeristen,  waarvan sommigen zich onverbiddelijk zouden vastklampen aan mijn wagentje om niet van dronkenschap om te vallen. Zo was ik laatst bijna met een Engelse Hooligan in de gracht terecht gekomen. Het minste dat me nog kon gebeuren was dat ik ondergekotst zou worden.

Gelukkig was het penthouse een gouden kooi die door Casper al in 2012 met de modernste snufjes was ingericht. Want naast het maken van apps voor buitenlandse toeristen, waarop allerlei wetenswaardigheden en rondleidingen moesten komen te staan, hield hij zich ook bezig met de ontwikkeling van kunstmatige  intelligentie voor huisautomatisering.

Als verjaardagscadeau voor zijn vaders 65e verjaardag had hij het penthouse dan ook tot een elektronisch geolied wonder willen maken, in die tijd nog met verschillende apps op de smartphone, zoals hij dat ook bij zijn eigen huis in de Pijp had gedaan. Maar toen vervolgens de proefopstelling af was en Toon Casper als dank  had aangeboden dat hij zijn vaders zaken mocht overnemen, had Casper geweigerd, omdat hij de zaken van zijn vader niet ethisch genoeg vond. Toon was tot in het diepst van zijn ziel gekrenkt.

Feitelijk was dit voorval niet meer dan de apotheose van een conflict dat al die jaren had gesluimerd en dat als een veenbrand bij tijd en wijle oplaaide. Er waren eindeloze ruzies geweest, die alleen door zijn moeder Tanja in rustig vaarwater konden worden gebracht. Maar na haar dood was er niemand meer om hen te sussen en het terugkerende conflict nam soms bijna gewelddadige proporties aan. Meestal probeerde een van beiden het dan met een cadeau goed te maken. Maar dit keer had Casper zijn vaders gift, notabene Toons hele levenswerk, niet willen aanvaarden.

Hoe vaak was Casper na zo’n ruzie niet bij mij langsgekomen. Dan  begon hij met me te vertellen dat hij het dit keer niet van zijn vader had gepikt. Maar door al deze bravoure heen verried een plotseling schichtige blik of een zenuwachtige lach, een knagende onzekerheid en de behoefte door zijn vader geaccepteerd te worden zoals hij was. Soms ook vertelde hij me van zijn nachtmerries en een keer over de therapie waarin hij een foto van zijn vader had opgegeten om deze half verteerd weer uit te poepen. Als geen ander kende ik dan ook zijn onzekerheden en zwakke kanten. Dat maakte dat ik, ondanks dat hij zich als een Geek presenteerde door zijn zwartgerande bril, zijn steile zwarte haar en baard, zijn Gizmodo T-shirt en dito treggings, zijn Starwars Punisher tatoeage, en tenslotte de felgekleurde Adidas sneakers, toch sympathie voor hem bleef voelen. Dat dit wederzijds was bleek wel uit het feit dat hij mij dit compleet geautomatiseerde huis van zijn vader voor mijn revalidatie had aangeboden.  ‘Ik hoef alleen maar alles te updaten en dan ben je weer helemaal Back to the future,’ had hij gegrapt.

Ik keek op mijn telefoon, Natuurlijk had Casper meteen geappt : ‘Ongelooflijk, we bespreken het om half een! Tot dan!’

Maar er was geen taal of teken van Daniël, terwijl hij toch de man was van de samen met Toon verdwenen Sylvia. Ik draaide mijn stoel naar de computer. Er was geen andere mogelijkheid dan om te proberen Toon te bereiken via zijn eigen mailadres, hoewel hij op mijn eerdere mails en appjes nooit had gereageerd. Bovendien kon ik op zijn computer zien, dat hij sinds zijn verdwijning ook geen enkele andere mail had geopend. Dat hij dat nu wel zou doen, was een complete gok maar ik zag geen enkele andere mogelijkheid.. Ik begon te tikken:

Amsterdam, 25 maart 2019

Beste Toon,

Ik weet niet waar ik moet beginnen, zo hevig word ik heen en weer geslingerd tussen kwaadheid en blijdschap. Onvoorstelbaar en uitermate lafhartig blijft het dat je er op zo’n stiekeme manier met Sylvia tussenuit bent gepiept. Daarmee heb je ons allen in een tergende en niet aflatende onzekerheid achtergelaten. Maar als ik terugkijk moet ik zeggen: je hebt je aftocht goed voorbereid. Gezien de fanatieke wijze waarop jij na de dood van Tanja je vermoedens bleef uiten dat Daniël en jij in het ziekenhuis waren verwisseld, en Sylvia dus met haar broer Daniël was getrouwd, hadden we er natuurlijk rekening mee moeten houden dat je niet was verdwenen, maar er gewoon vandoor was gegaan. Het genetisch bewijs van de verwisseling had je naar eigen zeggen in het vliegtuig bij je. Maar je hebt het ons nooit laten zien. Wat je trouwens  niet kan weten is dat Daniël met de tandenborstel van Sylvia naar het laboratorium is gegaan. De uitslag van de test heeft hij nooit aan ons laten weten. Ik heb daarna nooit meer iets van hem gehoord. Dat spreekt boekdelen!

Wij hadden aanvankelijk dus aangenomen dat jullie waren neergestort in de Waddenzee en verdronken waren. Er was een grote zoektocht gehouden, maar er werd niets gevonden. We waren er toen zo van overtuigd dat jullie niet meer leefden, dat het ook niet in onze hoofden was opgekomen een kijkje te nemen in de hangar die jij op Schiphol bezat, want dan hadden we je Cessna daar aangetroffen. Casper was weliswaar bewindvoerder geworden, maar de hangar had niet op de balans van je bedrijf gestaan. Omdat jullie dit jaar in oktober zeven jaar vermist zijn en er geen enkele aanwijzing was dat jullie nog leefden, heb ik Casper aangeraden toch maar eens de procedure van een rechtsvermoeden van overlijden op te starten., maar hij wilde niet meewerken. Zoals je weet bestaat voor hem enkel datgene wat bewezen kan worden. En Daniël reageerde, zoals te verwachten viel, helemaal niet.

Als ik trouwens denk aan al het gelazer dat je zoon met de belasting heeft gehad, dan zou ik je de hel kunnen toewensen, ware het niet dat je je daar al in lijkt te bevinden. Casper heeft nog maar net kunnen voorkomen dat er beslag werd gelegd op je huis, waarin ik nu tijdelijk woon, of beter gezegd: eigenlijk woon ik in een rolstoel. Ik moet revalideren van een noodlottige gebeurtenis die me bij mijn eigen huis is overkomen.

Maar dat jullie nog leven, geeft ook een onvergelijkbare blijdschap. Tenminste als je je ziekte hebt overleefd en Karin in veiligheid is gebleven. Want ik heb geen idee of ik aan een dode of een levende schrijf. En zelfs als ik aan een levende schrijf, weet ik niet of deze mail ooit door je gelezen zal worden. In ieder geval merk ik hier op je computer aan niets dat je je mails, die ik voor Casper beheer, nu opent.

Je leest het goed, ik zit achter jouw computer, want ik revalideer in jouw penthouse, dat me door Casper in bruikleen is gegeven.

En ja, ik herinner me de hut in jullie tuin. Het moet ongeveer een jaar zijn geweest nadat jullie gezin naast ons was komen wonen. Daniël, jij en ik kwamen er iedere woensdag- en zaterdagmiddag bij elkaar en dan namen we elk iets mee dat ons op dat moment interesseerde. Die middag had ik een gedicht van Lodeizen voorgelezen en jij een plan ontvouwd hoe je drie ijsbolletjes, die je bij de ijscoman op de hoek voor 25 cent zou halen, zou verkopen voor 10 cent per bolletje, en je had berekend hoeveel gratis ijs je van de gemaakte winst zou kunnen kopen.

Daniël met zijn blonde krulletjes en zijn uilenbril zat naast me. Met zijn voet veegde hij zijn ingewikkelde variant van boter, kaas en eieren weg. De ene speler had de even cijfers tot zijn beschikking en de andere de oneven cijfers. Wie de naast elkaar gelegde cijfers tot 15 kon optellen, had gewonnen. Maar omdat ik het eigenlijk veel te ingewikkeld vond, verloor ik meestal.

Jij zat op een stronk. In die houding dijden je bovenbenen tot nog grotere proporties uit. Het leek of ze alleen nog in bedwang werden gehouden door de pijpen van je korte broek. Je oogleden hield je samengeknepen. In je hand klemde je het fotoboek van de drie jaar oudere Sylvia, die zo graag model wilde worden. Omdat je nogal bijziend was, boog je er diep overheen, waardoor het leek of je achter je sluiks vallende haar aan de foto’s snoof. Je knikte en pakte uit je zak een sigarettendoosje dat je mij voorhield. We staken ze aan.

Toen je me vroeg of ik niet inhaleerde voelde ik me betrapt, haalde diep adem en barstte meteen in een hoestbui uit. Achteloos gaf je mij het fotoboek. Voorzichtig bladerde ik er doorheen. Karin was op iedere bladzijde aanwezig: luierend in de zon, starend in een beekje, leunend tegen een boom, alsof ze de buitenwereld en de fotograaf niet opmerkte. Zo verschenen voor mij stukjes van haar lichaam, die ik als een puzzel in elkaar probeerde te leggen. Ik bladerde terug als ik een onderdeel vergeten was. Maar het lukte me niet een totaalbeeld van haar te vormen. Daar op dat moment besloot ik gedichten voor haar te gaan schrijven en er haar iedere week een te sturen.

En verder droomden we in die hut wat we later zouden worden. Daniël wilde de politiek in en het establishment van zijn voetstuk werpen. Ik wilde dokter in een ontwikkelingsland worden en trouwen met Sylvia, dat was een ding dat zeker was. En jij, je wilde je geld met kunst gaan verdienen door een hype te creëren, zodat de schilderijen veel geld waard werden, want niet een schilderij was iets waard, vond je, maar het idee dat het iets waard was, dat bepaalde de waarde: de hype en de mythe, daar ging het allemaal om.

Nou ja, het is nu niet het moment om verdere herinneringen op te halen, hoewel ik hier in deze stoel niet veel anders kan dan dat. Laat snel iets horen. Ik zal van hieruit volgen of de mail wordt geopend en wacht dan met spanning op je antwoord.

Veel groeten van

Mark

Add comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

De Vloeibare Tijd Over zin en zinnen

Categories

Pagina’s

Abonneer je op dit blog d.m.v. e-mail

Voer je e-mailadres in om je in te schrijven op dit blog en e-mailmeldingen te ontvangen van nieuwe berichten.

Voeg je bij 8 andere abonnees

Recente reacties

%d bloggers liken dit: