De Vloeibare Tijd Over zin en zinnen

5 Het Ongeluk

5

Klik hier voorde samenvatting van het hele verhaal: https://devloeibaretijd.com/synopsis-van-de-vloeibare-tijd/

5  HET ONGELUK

Door het artikel dat Casper mij over de Derde Gouden Eeuw heeft gestuurd, moet ik weer denken aan die zondagochtend dat ik bij hem en zijn vriendin van een brunch had genoten. Zij woonden een paar huizen verder in dezelfde straat als ik. Hun huis was volgens de modernste inzichten ingericht: kaal met in het midden een kookeiland en daarvoor een lange houten tafel, met twee vastgeklonken zitbanken aan beide zijden. Het felle lamplicht versterkte het industrieel design. Vanuit het balkon had je zicht op de tuin, waar het kunstgras van de expats op de begane grond altijd groen was. Aan de overkant was het op de daken overvol van de aangelegde dakterrassen, vanwaar de bewoners als koningen over de stad uitkeken. Vanuit het raam aan de voorzijde hadden we goed zicht op de afbeelding van de voormalig burgemeester, geairbrushed op een stalen luik bij de drankwinkel, de man die de stad tot zulke economische hoogten had gebracht dat er een zekere heldencultuur rond hem was ontstaan. Hij was het die ons, zonder dat we ons daar overigens bewust van waren, de Derde Gouden Eeuw had binnengeleid, die van Amsterdam een metropool moet maken van 2 miljoen inwoners, een stad die zich kan meten met New York en Singapore. En het geld? Dat moet komen van de belastingkortingen voor de expats, buitenlandse beleggers en van toeristen, die komen voor the bikes, the babes, the booz en niet te vergeten de Nederwiet. En omdat zij maar even blijven, lopen zij razendsnel hun verplichte Instagram route om de obligate foto’s met hun schare volgers te delen. Zo zijn we net als de Romeinen afhankelijk van de Barbaren geworden. Ik zucht. ‘En met hen is het ook niet goed afgelopen.’

‘Begrijpen jullie wat dat betekent, als je zo’n foto van jezelf liggend op de ‘Wake me up when I’m famous’ bank, hier een paar straten verderop, de wereld instuurt?’ vroeg ik Casper en zijn vriendin Liliane.

‘ Jee man, gewoon een grapje,’ antwoordde zij met een lichte irritatie in haar stem.

‘Nee, waar het symbool voor staat?’

‘Het is wat het is!’ zei Casper

‘ Maar waarom boeken zoveel mensen nu de ‘Wake me up when I’m famous bench’ toer?’ bleef ik volhouden.

‘Niet zo moeilijk doen hoor!’ sprak Liliane nu afkeurend.

‘Bijna warm,’ grapte ik. ‘Het is decadentie, de roem komt overkomt je, je hoeft er niets anders voor te doen dan op de bank te gaan liggen en slapen!’

‘Ah, het is weer zover,’ zei Casper. ‘De boomer spreekt en preekt!’

Ik trok me er niets van aan en vertelde over hoe ik in Amsterdam was gekomen op het hoogtepunt van de hippietijd, met golvend bruin haar tot aan mijn taille, gekleed in een lange donkere bontjas, waaronder zwarte cowboy laarzen, toen de buurt nog een arbeidersbuurt was met een paar buurtcafés op de hoeken van de smalle straten. Toen ik met een aantal mensen een anarchistische commune had opgericht, van waaruit we de wereld wilden veranderen. In de periode, die ik het speelkwartier noem: die periode dat de oude waarden en structuren vermolmd raken, er nog geen nieuwe regels zijn en er plotseling alle ruimte is om uit jezelf iets nieuws te creëren.

‘Het strand sprong onder de straatstenen tevoorschijn en de stad was van ons: Provo’s, hippies met Flower Power, androgyne discogangers, homo’s en travestieten, en in de daarop volgende recessie de krakers en de punks met hun No Future, een bonte stoet paradijsvogels met ieder hun eigen muziek, die bezit hadden genomen van parken en straten, leeggelopen kantoren en fabrieken.

En dit kwartier duurde … zo’n 20 jaar …’

Terwijl Liliane zich intussen boos in haar werkkamer had teruggetrokken, had Casper geduldig op dit moment gewacht: het moment dat ik buiten adem zou raken van mijn eigen betoog en stil zou vallen.

‘Dat is lekker makkelijk … alle normen en waarden omvergooien … maar zelf niets neerzetten … behalve dan citeren uit het Rode Boekje van Mao … Kijk een naar ons, wij bouwen tenminste aan een nieuw model: de kenniseconomie. En zijn er nog afbraakbuurten?’

‘Nee, die zijn nergens meer te vinden, want de huizen zijn niet langer meer om in te wonen, maar om in te beleggen en daarom zijn de buurten opgeknapt en ‘gegentrificeerd’. Eens was de ‘calculerende burger’ een scheldwoord, maar nu ben je nergens meer als je als burger niet calculeert. En intussen is het in de buurten een lawaai van jewelste door de verbouwingen en de talrijke horeca. Daar moet je trouwens je drankjes in het Engels bestellen. De kapperszaak heet er Haar, de bakkerszaak Brood, een van de restaurants Kip en Ei en een vervoerder op de bakfiets afficheert zich met de naam Tring Tring. Het ontbreekt er nog maar aan dat een bouwbedrijf zich Hamertje Tik gaat noemen. ‘Dat alles,’ hield ik Casper voor, ‘die domheid wordt gefaciliteerd door jouw kenniseconomie en jouw kunstmatige intelligentie! En dat zou allemaal nog tot daar aan toe zijn, als je met je algoritmes de mensen niet tot hapklare brokjes zou maken van soort, leeftijd en gedrag, waardoor we als moderne slaven doen en kopen waartoe de advertentiestroom ons aanzet.

Casper keek me geïrriteerd aan. ‘Man, laten we het over kansen hebben in plaats van problemen. Je moet het zo zien: voor ons zijn de gebouwen van de steden en de vaste bewoners niet meer dan een décor, want wij bevinden ons in het onzichtbare netwerk van gelijkgestemde wereldburgers, dat wat jullie een ‘bubble’noemen. Toch heb ik wel een idee hoe al die overlast te voorkomen: laten we paviljoens bouwen te midden van bloeiende tulpen in de tuinen van de Nederlandse ambassades over de hele wereld. In die paviljoens brengen we met Virtual Reality en 3D-wanden de beleving van Amsterdam naar de mensen toe, zodat ze niet op reis hoeven. Desnoods simuleren we de vlucht en de landing, huren we meisjes van lichte zeden in en verkopen we wiet en blikjes Heineken.’

‘Zal je daar toestemming voor krijgen?’

‘Het is toch Nederlands grondgebied!’

Ik begon te lachen: ‘Zo lijk je toch nog op je vader!’

De rest van de ochtend fantaseerden we verder en bespraken de onbegrensde mogelijkheden van het plan. Hij trok een fles champagne open om het denkbeeldige succes te vieren, terwijl zijn vriendin de kamer in kwam en ons enigszins meewarig aankeek.

Misschien dat ik door de drank niet goed oplette, toen ik de deur uitging en naar de overkant liep. Het ongeluk overkwam me precies voor de afbeelding van de burgemeester en het kwam door die expats, die op een zondag een raceronde door de Pijp hielden en daarbij naar goed Amsterdams gebruik, scheurden over dat deel van de openbare ruimte wat hen op dat moment het meest vrij baan gaf, en dat is bijna altijd: de stoep. Toen ik ze met verbeten gezichten om de hoek zag komen, was het voor mij te laat om weg te springen en hadden zij te weinig tijd om nog te kunnen remmen, met als gevolg dat ik met een klap op de rand van de bloembak terecht kwam. Casper die het ongeluk vanachter zijn raam had zien gebeuren had 112 gebeld. Omdat  meer mensen dat hadden gedaan, hadden ze daar, na te hebben gehoord dat ik me niet meer kon bewegen, een trauma helikopter gestuurd. Zo was het me warempel overkomen dat ik zoevend over het Sarphatipark naar de VUMC werd gevlogen. En dat alles, terwijl Casper tijdens onze brunch nog uitgebreid had verteld, dat uit onderzoek was gebleken dat het mengen van verkeersstromen veel veiliger was dan ze te scheiden: het zou de mensen tot voorzichtigheid aanzetten.

Nu, een aantal maanden later, heeft Casper zijn plannen verder uitgewerkt en is hij ook bij Buitenlandse Zaken langsgeweest om te bespreken of hij van ambassade terreinen gebruik zou kunnen maken. Genietend van zijn Fudge in het Penthouse van zijn vader, vertelt hij dat hij met een bussiness plan naar de bank is gegaan. Dan zegt hij opeens: ‘Weet je nog waar wij het de laatste keer over hadden?’

‘Denk je dan dat ik dat ben vergeten?

Casper begint te lachen. ‘We zouden ruilen, weet je wel? Jij zou alles over die laatste dag op Norderney vertellen, als ik het jou het schrift zou geven, weet je nog?’

Ik knik. ‘Maak je maar geen zorgen, ik zit hier voorlopig nog vast!’

Hij opent de kist en overhandigt mij een ringcahier. Op de omslag staat een sprookjesachtige tekening van waterverf met elfjes en paddestoelen. In sierlijke letters staat er op: ‘De Vloeibare Tijd’.

Add comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

De Vloeibare Tijd Over zin en zinnen

Categories

Pagina’s

Abonneer je op dit blog d.m.v. e-mail

Voer je e-mailadres in om je in te schrijven op dit blog en e-mailmeldingen te ontvangen van nieuwe berichten.

Voeg je bij 8 andere abonnees

Recente reacties

%d bloggers liken dit: