De Vloeibare Tijd Over zin en zinnen

8 Een vriend die niet bestond

8

Klik hier voorde samenvatting van het hele verhaal: https://devloeibaretijd.com/synopsis-van-de-vloeibare-tijd/

Lieve Sylvia,

Deze verhalen schrijf ik speciaal voor jou om bij je te kunnen zijn op de momenten dat je er niet bent, wat helaas vaak het geval is. Zolang ik schrijf voel ik je aanwezigheid, als een wolk die mij omgeeft. Zodra ik stop, is er die leegte. Ik wil proberen over alles te schrijven, waarbij je niet aanwezig bent geweest als een aanvulling op ons samenzijn. Maar er zullen ook herinneringen in voorkomen over onze ontmoetingen, zodat wij die momenten kunnen koesteren: herinneringen die in me gegrift staan, op mijn netvlies gebrand en in mijn hart gesloten.

Toen je twee jaar oud was, moet je niet alleen mij, maar ook Daniël en je broer Toon voor het eerst hebben gezien, want wij werden op dezelfde dag in hetzelfde ziekenhuis geboren. Mijn geboorte was overhaast, ver voor de datum dat mijn moeder was uitgerekend met als gevolg dat ik twee maanden in een couveuse lag. Je bent toen vast regelmatig bij me op bezoek geweest. Achter een doorzichtige wand kon je me zien liggen. Ik sliep de meeste tijd en soms denk ik dat ik eigenlijk altijd ben blijven slapen.

Er zijn een paar herinneringen uit die eerste die me altijd bij zijn gebleven.

Een vriend die niet bestond

Ik geloof niet dat je het weet, maar de eerste jaren van mijn leven was ik erg op mijzelf. Met steentjes legde ik wegen aan op het tapijt, altijd dichtbij de zoom van mijn moeders rok, die voelde als een veilige plek waaronder ik me in nood zou kunnen verbergen. Ook sliep ik heel veel. Mijn moeder vertelde altijd dat ze me met hard schudden wakker moest maken om mij te voeden, want mijn eigen voedsel was van een geheel andere aard en bestond uit de wereld van de droom. Maar meestal sloeg de droom om in een nachtmerrie en dan moest ze mij bij zich in bed nemen.

Nog steeds als ik ga slapen, trek ik de dekens strak om me heen, ga op mijn zij liggen en houd mijn knieën tegen mijn borst. Even voelt het alsof ik het niet zelf ben die mijn eigen huid raak. Hoeveel nachten heeft mijn moeder mij niet bij zich in bed genomen. Zo ben ik van baby tot kleuter uitgegroeid in de holtes van haar lichaam, van haar borsten tot aan haar opgetrokken knieën. Groter dan de spanne tussen die twee plekken had ik nooit willen worden.

Maar toen ik die ruimte ontgroeide, kreeg ik een vriend die niet bestond. Hij zat altijd naast mij aan tafel. Hij glimlachte naar mijn ouders en naar mij. Ik was de enige die hem zag. Ik kon uren met hem praten. Hij gaf altijd antwoord.

Ik stond er op dat mijn moeder zijn bord volschepte. Hij nam nooit een hap.

Ik keek naar mijn vriend. Hij wenkte met zijn hoofd. Alsof mijn vader het zag en dacht dat het gebaar voor hem was bestemd, stond hij op en ging naar boven. Op de zolder bevond zich een grote stellingkast, waarin hij een zender had gebouwd. Daarmee kon hij alle zendamateurs over de hele wereld bereiken. Hun stemmen waren in het geruis op de speakers nauwelijks te onderscheiden. Later zonden ze papa dan kaarten, waarop ze schreven wat ze eigenlijk hadden willen zeggen.

Mijn moeder laat ik in de kamer achter. Ik ga met mijn vriend naar de kelder. Drie houten treden naar beneden en we zijn op de stenen vloer. Deze muf geurende ruimte is de plaats waar mijn vriend op zijn best is. Hier laat hij mij al zijn trucjes zien. Hij trekt met zijn handen aan zijn schedel en dan wordt zijn gezicht lang en draderig. Hij knoopt zijn armen aan elkaar vast, trekt aan zijn tepels tot zijn borsten vol en rond zijn. Hij pakt zijn piemel en die wordt zo groot als ik ooit bij een paard heb gezien.

Er wordt op de deur geklopt. Mijn vriend wordt heel klein. Papa staat in de deuropening. ‘Heb je de molen al af?’

Voor mijn ogen verschijnt het spookbeeld van de molen in het Meccanoboekje en de aanwijzingen, die tot het maken van de molen op de foto in het boekje moeten leiden. Als je alle benodigdheden keurig netjes voor je op tafel legt en de beschrijving volgt, dan heb je de molen snel gemaakt.

‘Waarom iets maken dat al bestaat?’ had mijn vriend gevraagd. Ik had het boekje opzij gelegd en was begonnen zomaar te bouwen, zonder begin en zonder eind, steeds opnieuw alles door elkaar halend, tot wanhoop van mijn vader en tot vermaak van mijn vriend.

Ik kan mij niet herinneren wanneer mijn vriend is opgehouden te bestaan. Op een dag ben ik simpelweg gestopt aan hem te denken. Wel weet ik dat hij na de grote overstroming nooit meer op bezoek is geweest.

Dat begon toen jullie die nacht van de overstroming vanwege het noodweer niet, zoals bij andere bezoeken, naar jullie woonplaats zijn teruggekeerd, maar bij ons zijn blijven slapen.

Bij de buren moesten matrassen en lakens worden geleend om iedereen een slaapplaats te kunnen geven. In mijn kleine kamertje lagen nu drie matrassen op de grond. In het midden Toon en jij, aan de zijkanten Daniël en ik.

Diep weggedoken onder de dekens word ik middenin de nacht wakker. De storm slaat zo hard op de ramen, dat de sponningen kreunen en ik bang ben dat het glas zal breken. Het geluid van het geraas van de wind en het kraken van de ramen vullen mijn oren. De geluiden zwellen aan met de steeds heviger wordende stormvlagen. Als ze een ogenblik verzwakken, meen ik op de trap stemgefluister te horen. Alsof de spoken door de storm uit hun schuilplaats  tevoorschijn komen.

Jij bent ijskoud. Je broer ligt breeduit te snurken en heeft de dekens om zich heen getrokken. Dan kom je tegen me aanliggen en neem ik je in mijn armen. Door je dunne nachtpon kan ik je warme lichaam voelen. Je hart slaat tegen mijn borst, en bijna als een groet terug bonkt mijn hart tegen het jouwe. Het is de eerste keer in mijn leven dat er een meisje tegen me aanligt. Je kijkt me aan: ‘Winny, mijn poes hoe zou het thuis met haar zijn?’ De tranen biggelen over je wangen. En opeens doe ik iets wat ik nooit zal vergeten. Ik lik de tranen van je wangen. Je begint te glimlachen. ‘Idioot,’ zeg je.

Ik hoor gestommel op de trap. Ik houd mijn adem in. Ze zijn naar mij op zoek. Maar de stappen gaan aan de kamer voorbij.

Ik sta op, jij pakt mijn hand, Toon draait zich grommend om en Daniël richt zich op zijn ellebogen half omhoog. ‘Wat is er aan de hand?’ bromt hij.

‘Geen idee, ik ga kijken,’ antwoord ik.

Ik doe de deur op een kier en zie mijn moeder met een kan koffie naar de zolder lopen. ‘ Ik kom zo terug,’ zeg ik tegen je en sluip achter mijn moeder aan.

Op zolder klinken schrille morsetonen uit de zender van mijn vader. Hij zit op een kruk, voorovergebogen, naast hem staan de twee andere vaders. Te midden van het razen en fluiten van de wind gaan de hoge pieptonen door merg en been. Driemaal kort, driemaal lang en opnieuw driemaal kort. En hoewel ik nog niet zo oud ben, weet ik wat dit betekent: SOS, Save Our Souls, had mijn vader me onlangs uitgelegd. En toen hij het had vertaald klonk het me nog beangstigender in de oren. Niet de mensen, maar hun zielen moesten worden gered. Ik probeerde het te vatten. Was het mogelijk dat je lichaam werd gered en je ziel niet? Of kon misschien alleen je ziel gered worden en niet je lichaam?

Ik hol naar mijn moeder en verberg mijn gezicht in haar peignoir. Met mijn hoofd tussen haar dijen geklemd hoor ik vooral het kloppen van mijn eigen slapen. Maar zelfs zo, verborgen tussen haar benen, kan ik een stem uit mijn vaders zender horen. ‘De mensen zitten hier in de bomen. De dijken zijn door. Kom ons helpen!’

Er moet iets verschrikkelijks zijn gebeurd. Mama neemt me mee naar de tafel waar de zender staat. Ik hoor nu een vreemde stem: ‘Hier de Sumus Umbra. Hier de Sumus Umbra. Is daar iemand?’

Mijn vader roept onophoudelijk zijn codenaam in de microfoon, terwijl hij tegelijkertijd wanhopig aan de knoppen draait, maar het lijkt erop dat de andere kant hem niet hoort.

‘Kom we gaan naar beneden.’ Mama neemt me bij de arm. Maar ik wil eerst van haar weten wat dat betekent: Sumus Umbra.

‘Het is de naam van een schip dat bij Zeeland voor anker ligt en het betekent: Wij zijn schaduw. Kom, ga maar slapen. Morgen is alles anders.’

Ze brengt me naar mijn kamer. Daar aangekomen zie ik dat Daniël de plaats in mijn bed naast jou heeft ingenomen, zijn armen om je heen. Onder zijn armen door, werp je een schichtige blik op mij. Ik loop naar het lege matras van Daniël, maar struikel over de dekens. Dan wordt ook Toon wakker. Hij gaat rechtop zitten en kijkt verdwaasd om zich heen, van Daniël en jou naar mij en dan naar mijn moeder. ‘Kom kinderen, probeer maar te slapen.’ Zij sluit de deur.

Maar ik kan  de slaap niet vatten en spits mijn oren bij ieder geluid dat uit de richting van Daniël en jou komt. Het fluiten van de wind, het kreunen van de ramen, de krakende stemmen uit de zolderkamer, zij overstemmen alles. En ik zie een schip waarop de matrozen alleen maar schaduwen zijn, dijken die doorbreken, mensen in de bomen, zielen die gered moeten worden.

Ik roep mijn moeder. Iedereen zit nu weer recht overeind.

Mama gaat op het matras naast Toon zitten en kijkt ons om beurten aan. Dan strijkt ze langs mijn wang. ‘Kinderen, maak je maar geen zorgen. Jullie vaders  gaan morgen met zender en al naar het rampgebied om de mensen te helpen.’

Dat moet zo’n band hebben gegeven dat jullie allemaal bij ons in de buurt kwamen wonen.

Ik sla de pagina om. Juist op dat moment komt er een appje van de Thuiszorg binnen. De medewerker, die mij overdag zou helpen is ziek geworden! Of ik zelf iemand zou kunnen regelen.

Omdat Caspers vriendin de lunchbezoekjes van hem overneemt, besluit ik haar te bellen met de vraag of ze eerder op de dag kan langskomen. Ze neemt in het Engels op, maar als ze hoort dat ik het ben, schakelt ze op het Nederlands over.

‘Aah, Mark,’ zegt ze, ‘is er iets aan de hand’?’

Ik leg haar de situatie met de Thuiszorg uit.

‘Okay, ik kom morgen wat eerder langs. Cappucino e due Panini Mozzarella?’

Add comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

De Vloeibare Tijd Over zin en zinnen

Categories

Pagina’s

Abonneer je op dit blog d.m.v. e-mail

Voer je e-mailadres in om je in te schrijven op dit blog en e-mailmeldingen te ontvangen van nieuwe berichten.

Voeg je bij 8 andere abonnees

Recente reacties

%d bloggers liken dit: