De Vloeibare Tijd Over zin en zinnen

Laatste Hoofdstuk

L

Bijna onhoorbaar komt Liliane op haar sneakers met luchtkussenzolen het penthouse binnen. ‘Sorry, dat ik wat vroeger ben, maar ik ga zo met een paar vriendinnen op de Amstel varen en ik dacht, dan kan ik net zo goed even wat eerder bij je langskomen.’ Zij loopt naar de stoel naast mijn bed en buigt zich naar mij toe. De staart van haar blonde haren komt voor haar ogen, zodat zij op de tast de papieren zak met de beker cappuccino en panini op het tafeltje naast mijn bed moet zetten. Ze schudt haar paardenstaart naar achteren en kijkt me onderzoekend aan. Als ze beseft dat ik zo liggend niet kan eten en drinken, draait ze het einde van het bed omhoog zodat ik kan zitten. Ze heeft prachtige blauwe ogen en haar witte broek en bloesje zien er zo kraakhelder uit dat het bijna pijn aan mijn ogen doet. Met mijn ongekamde haar en verfrommelde pyjama voel ik me naast haar een zwerver.

Ik vertel haar dat Daniël een appje van Sylvia heeft ontvangen, maar dat ze maar enkele seconden verbinding hebben gehad.

Haar ogen lichten even op. Dan zegt ze enigszins bits: ‘Afwachten dus maar!’ En stapt meteen op een ander onderwerp over: ‘Je had natuurlijk wel een punt!’

Ik kijk haar niet begrijpend aan.

‘Toen je het over de Metropool en de huidige tijd had!’

‘Aah …’

‘Weet je dat ik eerst nog Medicijnen heb gestudeerd?’ En toen ik niet reageerde, vervolgde ze: ‘De stages braken me op. De manier waarop je door de verzekeraars wordt afgeknepen, je zult het niet geloven! En je krijgt boetes als je niet de goedkoopste medicijnen voorschrijft. Alsof je in een kleuterklas zit! Toen ben ik ermee gekapt. Ik wilde een baan, waarin ik de regels naar mijn hand zou kunnen zetten.’ Door haar omhooggestoken handen met de parelmoer gelakte nagels zie ik haar blauwe ogen een harde glans krijgen.

En opeens begrijp ik waarom zij door haar collega’s The Bitch wordt genoemd, en dat zij in staat is met iedere tegenstander in de rechtszaal de vloer aan te vegen, nadat ze die eerst met haar meisjesachtige charme heeft ontwapend.

‘Sorry, dat ik zo weinig tijd heb, maar het is de eerste mooie lentedag en dan moet je er vroeg bij zijn, zeker op zondag, anders is het veel te druk.’ Ze aarzelt of ze mij een zoen op de wang zal geven of een hand, maar dan herinnert ze zich dat ze afstand moet houden en besluit iets halfslachtigs te doen. Een ogenblik is haar hand zo dichtbij mij, dat ik hem plotseling beetpak en er een handkus op geef. Terwijl ze onbewogen blijft staan, kijkt ze me aan alsof ik haar heb aangerand en maakt zich dan uit de voeten.

Ik lees verder in het schrift:

Toon, Daniël en ik zitten in de hut, die we samen hebben gebouwd. Die middag heb ik een gedicht van Lodeizen voorgelezen en Toon heeft een plan ontvouwd hoe hij drie ijsbolletjes, die hij bij de ijscoman op de hoek voor 25 cent haalt, kan verkopen voor 10 cent per bolletje. Hij heeft ook berekend hoeveel ijs je voor jezelf van de winst kan kopen.

Daniël met zijn blonde krulletjes en zijn uilenbril zit naast me. Met zijn voet veegt hij zijn ingewikkelde variant van boter, kaas en eieren weg. De ene speler heeft de even cijfers tot zijn beschikking en de andere de oneven cijfers. Wie de naast elkaar gelegde cijfers tot 15 kan optellen, heeft gewonnen. Maar omdat ik het eigenlijk veel te ingewikkeld vind, verlies ik meestal.

Toon zit op een stronk. In die houding dijen zijn bovenbenen tot nog grotere proporties uit. Het lijkt of ze alleen nog in bedwang worden gehouden door de pijpen van zijn korte broek. Zijn oogleden houdt hij samengeknepen. In zijn hand klemt hij het fotoboek van jou, want je wil zo graag model worden. Omdat hij nogal bijziend is, buigt hij er diep overheen, waardoor het lijkt of hij achter het sluik vallende haar aan de foto’s snuift. Hij knikt en pakt uit zijn zak een sigarettendoosje dat hij mij voorhoudt. We steken de sigaretten aan.

Als hij mij vraagt of ik niet inhaleer voel ik me betrapt, haal diep adem en barst meteen in een hoestbui uit. Eerst geeft hij het fotoboek aan Daniël, maar die zegt: ‘Sylvia heeft het me allang laten zien!’

Ik kijk hem geschrokken aan. ‘Zou ze iets met hem hebben?’

Achteloos geeft Daniël het fotoboek aan mij door. Voorzichtig blader ik er doorheen. Jij bent op iedere bladzijde aanwezig: luierend in de zon, starend in een beekje, leunend tegen een boom, alsof je de buitenwereld en de fotograaf niet opmerkt. Zo verschijnen voor mij stukjes van je lichaam, die ik als een puzzel in elkaar probeer te leggen. Ik blader terug als ik een onderdeel ben vergeten. Maar het lukt me niet een totaalbeeld van je te vormen. Daar op dat moment besluit ik gedichten voor je te gaan schrijven en je er iedere week een te sturen.

En verder dromen we in die hut van wat we later willen worden. Daniël wil de politiek in en het establishment van zijn voetstuk stoten. Ik wil dokter in een ontwikkelingsland worden en trouwen met jou, dat is één ding dat zeker is. En Toon, hij wil zijn geld met kunst gaan verdienen door een hype te creëren, zodat de schilderijen veel geld waard worden, want niet een schilderij is iets waard, vindt hij, maar het imago, dat bepaalt de waarde: ‘De hype en de mythe, daar gaat het allemaal om.’

Deze middag is de eerste keer, dat ik weet dat de hemel niet een ruimte is maar een persoon, die zo mooi is dat je in haar zou willen stappen, je laten meevoeren in een draaikolk die je meesleurt, dieper en dieper, waar het dieptepunt en het hoogtepunt samenvallen. En die persoon, dat ben jij.

Op dat moment gaat mijn telefoon. Sylvia’s nummer en naam verschijnen in het venster en ik prijs me gelukkig mijn mobiele nummer nooit veranderd te hebben. Haar stem kinkt alsof ik haar gisteren nog heb gesproken. Ze vertelt dat ze op weg is naar Amsterdam, dat ze Daniël heeft proberen te bellen, maar hem niet te pakken heeft gekregen.

Dat is ook bizar, zij gaat Casper en Daniël nu ergens in de lucht kruisen, maar ze weten het niet van elkaar en kunnen elkaar ook niet bereiken. ‘Of ik wil vragen of Daniël haar van Schiphol komt halen.’

Ik leg haar uit dat Casper en Daniël naar háár op weg zijn en vraag waarom ze niet naar míj́ komt. Daarbij vergeet ik helemaal dat ik met een dwarslaesie in het penthouse van Toon verblijf. Ik ben zo overstuur dat ik zelfs vergeet te informeren of Toon nog leeft. Zij vraagt ook niets aan mij en zegt dat ze moet ophangen. Verbijsterd kijk ik naar de telefoon. Wat kan er in godsnaam met haar zijn gebeurd?

1 comment

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

De Vloeibare Tijd Over zin en zinnen

Categories

Pagina’s

Abonneer je op dit blog d.m.v. e-mail

Voer je e-mailadres in om je in te schrijven op dit blog en e-mailmeldingen te ontvangen van nieuwe berichten.

Voeg je bij 8 andere abonnees

Recente reacties

%d bloggers liken dit: